Aantal Wi-Fi apparaten per huishouden groeit niet meer

Het aantal apparaten in een huishouden dat verbonden is met Wi-Fi, zoals een smartphone, slimme thermostaat of smart speaker, stijgt niet langer. In het najaar van 2017 gaf 59 procent van de Nederlanders aan tussen de vier en tien apparaten in huis te hebben. Dat is net zoveel als in de zomer van 2016, aldus onderzoek van Telecompaper op basis van Consumer Insights.

Er is een combinatie van ontwikkelingen die mogelijk de reden zijn voor stabiliteit in het aantal Wi-Fi devices per huishouden in het afgelopen jaar. Steeds meer apparaten worden ‘connected’, naast de traditionele devices zoals laptop, tablet en smartphone. Tv’s bijvoorbeeld, maar ook ‘smart’ huishoudelijke apparaten, thermostaten en verlichting. De groei in het bezit van apparaten als tablets en smartphones is de afgelopen jaren door verzadiging echter vertraagd.

Daarnaast worden apparaten met een langere levensduur dan smartphones en laptops – zoals bovengenoemde tv’s, lampen en devices voor huishoudelijk gebruik – pas vervangen als ze kapot gaan. Daarbij moet de ‘connected’ variant wel enigszins betaalbaar zijn. Verder komt het smart home-concept pas langzaam op gang, zo blijkt uit onderzoek van Telecompaper in het volgende week te publiceren Smart Home-rapport.

Gezinnen met kinderen meeste Wi-Fi apparaten
Het gemiddeld aantal Wi-Fi apparaten per huishouden bedraagt vijf, zo blijkt uit het Consumer Insights-panel. 6 procent van de Nederlandse bevolking heeft meer dan 10 Wi-Fi apparaten in zijn huishouden. Een huishouden zonder kinderen bezit gemiddeld vier apparaten met Wi-Fi. Gezinnen met kinderen hebben een gemiddelde van 6,4 Wi-Fi apparaten.

Hoe meer men verdient, des te meer Wi-Fi apparaten men in huis heeft. Zo heeft 51 procent van de huishoudens met minder dan modaal (< € 30.000) ‘slechts’ 1-3 apparaten met Wi-Fi in bezit. 7 procent van de huishoudens met meer dan 2 keer modaal (> € 80.000) heeft ditzelfde aantal apparaten.

Bron: Telecompaper