OmniAccess Stellar WLAN portfolio uitgebreid met nieuwe functies voor MKB

Met de laatste firmware updates voor het Alcatel-Lucent Enterprise Stellar WLAN portfolio zijn een aantal nieuwe features beschikbaar gekomen die met name voor de kleinere MKB omgevingen oplossingen kunnen bieden. Daarnaast zijn met het uitkomen van de laatste release een aantal bugfixes doorgevoerd. In dit artikel beschrijven we een aantal van deze nieuwe functies.

DHCP server

In kleine (tot 8 AP’s) omgevingen waar geen aparte DHCP server voorhanden is, kan één van de AP’s in het cluster aangewezen worden als DHCP server.

DNS Cache

In hetzelfde type omgevingen waar geen aparte DNS cache/proxy aanwezig is kan één van de AP’s uit het cluster aangewezen worden om te functioneren als DNS cache/proxy. Dit AP kan tot 1000 cache entries bevatten.

NAT

De AP’s ondersteunen source en destination NAT voor kleine omgevingen waar geen NAT router voorhanden is. Een AP in het cluster kan geconfigureerd worden om te dienen als NAT router en kan tot 128 source/destination NAT regels verwerken.

MESH/BRIDGE (Beta)

MESH/BRIDGE functionaliteit wordt nu op alle Stellar AP’s behalve de AP1101 ondersteund. Het is mogelijk een AP te configureren om puur als bridge te functioneren om te helpen twee locaties draadloos met elkaar te verbinden. In deze modus kunnen clients niet met dit AP associëren.

Het is ook mogelijk een AP als MESH root (met bedrade uplink) of als MESH non-root in te richten. In deze modus kunnen clients wel associëren met de MESH AP’s. Er dient hiervoor per AP een apart mesh SSID geconfigureerd te worden dat of op de 2.4GHz of op de 5GHz uitgezonden kan worden. Daarnaast wordt aangegeven of het betreffende AP als root of non-root dienst doet. Op het MESH SSID kunnen clients niet associëren en dit wordt enkel gebruikt om het uplink verkeer naar de root AP te transporteren. Zowel point-to-point als point-to-multipoint MESH wordt hierbij ondersteund.

Client isolation

Per SSID kan aangegeven worden of dit feature aan of uit staat. Door deze functie kunnen op de WLAN aangesloten clients hun verkeer enkel via de default gateway versturen en is direct verkeer naar hosts op het eigen subnet niet toegestaan. Deze functie is met name handig in omgevingen met een unmanaged switch waarbij het gasten verkeer niet door middel van VLANs van het interne netwerk gescheiden kan worden. Door op het gasten netwerk client isolation aan te zetten, kunnen de gasten van het interne netwerk gebruik maken om via de default gateway het internet te bereiken, zonder dat ze adressen van hosts in het interne netwerk kunnen bereiken.

Slim vermijden van sticky clients

Mobiliteit is één van de belangrijkste redenen voor het kiezen van Wi-Fi. Sommige clients hebben de neiging te lang op het AP te blijven plakken waar ze oorspronkelijk mee geassocieerd waren, zelfs als de kwaliteit van de verbinding met dit AP te wensen overlaat. OmniAccess Stellar ondersteund nu ook de 802.11k en 802.11v protocollen. Hierdoor kunnen clients en AP’s die deze protocollen ondersteunen netwerk en RSSI waarden uitwisselen waardoor clients naadloos kunnen migreren naar een nabijgelegen AP dat een consistente hoge Wi-Fi kwaliteit biedt.

Certificaat management

Certificaten zorgen ervoor dat het verkeer tussen zender en ontvanger versleuteld wordt en bieden de gebruiker de garantie te verbinden met een vertrouwde omgeving. OmniAccess Stellar biedt nu drie type standaard certificaten die gebruikt worden voor:

  • Interne webserver
  • Interne captive portal server
  • Externe captive portal server

Met het uitkomen van de laatste firmware kunnen gebruikers nu deze standaard certificaten aanpassen naar hun eigen publieke, wildcard, private of self-signed certificaat.

Voor een volledige lijst van nieuwe features en de beschrijving van het instellen en gebruik ervan verwijzen we graag naar de release notes en user guide die u op onze support pagina kunt vinden →